Van Holland naar Öland - 23 juni 2026 - dag 12 - Badhusgatan 22, Borgholm, Zweden
23 juni 2026 - Borgholm, Zweden
Voor de bridgers in huize Badhusgatan kwam het er vandaag op aan: op deze tweede kwalificatiedag moesten ze bij de eerste 24 paren eindigen om donderdag aan de A-finale mee te mogen doen. Dan en Östen stonden er goed voor, maar ook Jos en Wiveca hadden nog kansen, omdat ze gisteren niet al te ver beneden het gemiddelde hadden gescoord. Lang voordat deze sportieve strijd losbarstte, vertrokken wij alweer voor een tweede verkenningsrondje van het eiland. Hadden we gisteren de meest noordelijke punt gerond, vandaag gingen we dat met de zuidelijke punt doen. Maar eerst weer een stukje met de auto, want Øland is een enorm eiland, langgerekt en smal, met een lengte van 130 km. Pa en Ma van Doren hebben ooit wel over het hele eiland gefietst, met hun tentje en kookspullen achterop, en er erg van genoten, zo vertelde Pa gisteren nog eens aan de telefoon. De orchideeën die Henk op de foto zette, hadden zij ook gezien destijds.
We hadden als parkeerplaats weer een potentieel zwemplekje uitgekozen: Seby Badet, aan de oostkust van het eiland. Dat zag er op het eerste oog heel leuk uit: een paar houten huisjes, heel weinig auto’s en een rotsig strand. Om toch fatsoenlijk in het water te komen, hadden ze er een lange steiger aangelegd van grote stenen platen, afgewisseld met beton. Toen we even poolshoogte gingen nemen en wat dichterbij het water kwamen, zagen we dat de waterkwaliteit helaas ook hier bedroevend is, veel erger zelfs dan aan de wat drukkere noordelijke stranden. Henk heeft foto’s gemaakt van de roze drab op het strand, de wolken groene algen en het troebele bruine water. Een Zweedse vrouw die op het bankje aan het einde van de steiger zat, vertelde dat het normaal pas in de warmere maanden juli en augustus zo beroerd was, maar nu dus ook al in juni. Later, toen wij onze fietsen uit de auto haalden en onze helmen opzetten, kwam ze naar ons toe en gaf ons een tip, voor een meertje waar we wel lekker konden zwemmen. Dat plekje lag op onze geplande route, dus daar gingen we naartoe.
Het uiterst zuidelijke deel van het eiland was erg mooi om doorheen te rijden. Ik genoot van de uitgestrekte mais- en tarwevelden - al geel, volgens Henk was dat wintertarwe -, de wilde bloemen en de bulten hooibalen langs de weg. Henk zei op enig moment wel dat we voor dit landschap ook wel in de provincie Groningen hadden kunnen blijven. Maar daar hebben ze niet die leuke rood geschilderde houten huizen, die hier zo mooi contrasteren met de kleuren van de natuur en de landbouw. De bebouwing werd allengs wel minder en er kwamen maar weinig dorpjes voorbij. In Nesby zagen we Carlas Kafe, waar we een drankje namen en een bakje aardbeien. We hadden inmiddels al een flink eind tegen de wind in gereden en ik merkte toen we de zuidpunt met de vuurtoren naderden, dat ik wat energie tekort kwam. Toen ik zelfs achter Henk’s rug bijna niet meer vooruitkwam, wist ik dat de hongerklop had toegeslagen. Eigen schuld, want het was al ruim na lunchtijd en de broodjes zaten nog in de tas. Terwijl Henk de vuurtoren, hier Långe Jan geheten, en de omgeving op de foto zette, wachtte ik tot de koolhydraten inkickten en mijn duizeligheid afnam.
Vanaf de punt gingen we de andere kant op, dus die stevige wind duwde ons nu heerlijk vooruit. We stopten nog bij Karl X Gustavs Store muren. Die kalkstenen muur loopt dwars over het eiland, al sinds 1650, en werd in opdracht van koning Karl X Gustav aangelegd om de damherten in het zuidelijke deel van het eiland te houden. Daarna keken we uit naar de locatie die we van die aardige Zweedse hadden doorgekregen: Grönhögens Kalkgrobb. Terwijl wij zoekend rondkeken, kwam er net een familie aangelopen die terugkwam van het zwemmen en op onze vraag enthousiast reageerde: ja, hier kun je zwemmen en het is heerlijk, het water is 22 graden. Deze kalkafgraving is geen officiële zwemplek, maar de kenners weten dit paradijsje wel te vinden en wij dus nu ook. Prachtig helderblauw/turquoise water, heel schoon en er waren maar vrij weinig mensen. Wij gingen niet op zoek naar een plek om te liggen, maar doken er gelijk aan het begin in, via een trappetje. Terug op de fiets waren we, zoals zo vaak, weer blij dat we deze tip van een local hadden opgevolgd waardoor we op een plek terechtkwamen die je als toerist zelf niet vindt. The good stuff is not in the brochures, leerden we een poos geleden al van onze Canadese fietsvrienden Jeff en Leigh.
Weer terug in Borgholm maakte ik snel een maaltijd klaar, gepaneerde halloumi, groene asperges en wortelsalade. We hadden gedurende de dag al een paar keer op de site van Ölandsveckan gekeken hoe onze bridgevrienden het deden en om een uur of acht zagen we ze in de tuin. Helaas hebben Jos en Wiveca zich niet voor de A-finale geplaatst, Dan en Östen wel. Grappig genoeg waren de eersten best positief over de afgelopen dagen, terwijl Östen baalde en zijn frustratie mopperend wegdronk met een gin-tonic. Al snel werd het te koud buiten, ik ging onder de douche en dit verhaaltje schrijven, de rest ging eten of nog meer drinken. Morgen gaan Henk en ik ook weer bridgen, de mixed pairs.
Bijna 50 km gefietst, waarvan de 1e helft dus pittig ondanks dat het totaal vlak was.


Succes!
Dank voor reactie op het ‘helmspiegeltje’.-