Lanzarote, here we come - dag 8 - 28 maart 2026 - Casa Mélian, Playa Blanca, Lanzarote
28 maart 2026 - Playa Blanca, Spanje
Vanochtend bij het opstaan liet Lanzarote zich van zijn beste kant zien: stralend blauwe hemel, zon, wat minder wind… We konden buiten ontbijten, zonder truien aan; wat een luxe als je hoort hoe koud het in Nederland is. Gisteravond was er al een plannetje gemaakt voor een uitstapje: nog eens door Nationaal Park Timanfaya rijden, maar nu met de auto, naar La Geria en misschien ook nog zwemmen in zee. We bleven eerst lekker lang aan de ontbijttafel zitten, maar om half 12 zat toch iedereen in de auto. Ondanks dat de reisgids zei dat je de hogere gedeelten van het Nationale Park alleen per bus of kameel kon bezichtigen, hoopten we dat we toch met eigen vervoer het park binnen konden gaan, maar helaas: je moest 30 euro per persoon betalen voor een bustour en daar hadden we geen zin in. Het park was zo ook prachtig, met die utigestrekte lavavelden, kleurrijke vulkanen en bijzondere rotsformaties. We liepen ook nog het visitor centre binnen voor de nodige achtergrondinformatie. Zo kwamen we onder meer te weten dat er constant onderzoek wordt gedaan naar eventuele vulkanische activiteit en je kunt op een monitor zien dat de aarde van Lanzarote nog steeds licht beweegt, ondanks dat er geen directe dreiging van een vulkaanuitbarsting is.
In en rond La Geria vind je heel bijzondere wijngaarden. De wijnboeren graven op de berghellingen kuilen van een halve meter diep, planten daar de wijnstokken in en bouwen er zwarte stenen hoefijzervormige muurtjes omheen. Op die manier heeft de sterke wind die op Lanzarote altijd waait, geen vat op de druivenplanten. Dat al die muurtjes een schitterend schouwspel vormen, hadden de boeren vast niet zo bedoeld, maar het is wel prachtig. De reisgids gaf alweer een goede tip: rijd over een onverharde weg het plaatsje La Asomada uit, ga omhoog langs een ruïne van een boerderij en dan heb je een geweldig uitzicht over de wijngaarden en de bijbehorende bodega’s. Het laatste stuk omhoog deden drie van ons te voet en Albert reed later Astrid nog met de auto omhoog zodat ook zij hetzelfde schoons kon zien als eerder op haar huwelijksreis met Albert, zestien jaar geleden. Toen we allemaal weer in de C3 Aircross zaten, was het: en wat gaan we nu doen? Ik kreeg meteen een visioen van een late lunch in een van de leuke restaurantjes aan Playa Quemada waar we een paar dagen geleden al waren wezen kijken. Dat vond iedereen meteen een goed idee. In restaurant Salmarino was nog een mooie tafel vrij met uitzicht op zee en de baas van het spul gaf ons nog wel de menukaart, maar wist ons meteen te verleiden tot het gezamenlijk verorberen van een enorme vis. Met behulp van Google kwamen we erachter dat we een zogenaamde wrakbaars (cherne)kregen voorgeschoteld. Deze gegrilde vis werd vergezeld van de inmiddels bekende Canarische aardappeltjes met groene en rode saus en salade, plus een flesje plaatselijke witte wijn. We sloten af met lokale toetjes en voor Astrid nog een barraquito, een prachtig drankje met in lagen geschonken koffie, gecondenseerde melk en Liquor 43. Dit etentje, op zo’n geweldige plek, zorgde voor nog meer vakantiegevoel bij ons alle vier.
En toen? Tja, de zwemspullen lagen in de auto, het weer was nog goed, dus daar gingen we, naar Playa Papagayo, wat hier het mooiste strand heet te zijn. Alweer kwamen we over een onverharde weg, dit keer met enorme kuilen en kilometers lang. Tegen de tijd dat Albert de auto had geparkeerd, was het zwementhousiasme al behoorlijk gedaald. Albert en ik gingen nog wel even kijken en het strand was inderdaad erg mooi, maar het was inmiddels vijf uur en het werd koud. Dat zwemmen bewaren we dus voor morgen of overmorgen.
Via de Super Dino Express reden we terug naar Casa Melian, waar het nu erg rustig is. We zijn allemaal nog aan het uitbuiken en gaan dus vanavond zeker geen volledige maaltijd meer tot ons nemen.

